De kwaliteit van honing
Het vaststellen van de kwaliteit van honing is niet zo simpel als het lijkt. Je zou denken: de bijen maken het, de imker oogst het uit de bijenkast en verwerkt het zonder toevoegingen. Dat moet toch goede kwaliteit zijn? Dat klopt! De honing die je bij de Werkbij koopt, komt rechtstreeks van de imker, en is geslingerd, gekeurd, gezeefd en in emmers of potjes gedaan, en klaar voor de verkoop. Toch is het antwoord op de vraag naar de kwaliteit van honing best ingewikkeld! Bij de Werkbij laten we de honing extern keuren of intern door de honingkeurmeester.
1. Wat doet een honingkeurmeester?
Een keurmeester bewaakt de kwaliteit van de honing. Buitenlandse imkers sturen een sample naar De Werkbij toe (testpotje). Nederlandse imkers brengen vaak een eerste emmer. Die controleren we allereerst op het vochtgehalte. En dan we gaan proeven. Imker Mohammed, verbonden aan de Werkbij, weet precies of hij goede tijmhoning of acaciahoning proeft. Deze twee dingen doen we eerst. Ziet dat er goed uit, dan laten we een handelsanalyse uitvoeren in een laboratorium. Zo komen we meer te weten over de PH-waarde, het stuifmeel in de honing, en wordt gecheckt verkeerde stoffen in de honing zijn beland. Zoals bestrijdingsmiddelen, die bijen hebben opgepikt op zonnebloemen die aan de rand van een akker staan. Die kunnen in de honing terecht zijn komen. De analyse van het lab geeft hier duidelijkheid over. Daarnaast hebben we ook onze eigen honing (zoals de heidehoning van de Veluwe). Daarvan weten we precies waar die vandaan komt.

2. Hoe wordt honing door de bijen gemaakt?
Om te begrijpen hoe honing ontstaat, moeten we even terug naar het werk van de bij. Een bij vliegt van bloem naar bloem en verzamelt daar nectar en stuifmeel (pollen). De nectar vormt de basis van honing en bestaat van nature voor ongeveer de helft uit vocht. In de korf geven de bijen de nectar aan elkaar door, waardoor deze in verschillende bijenmaagjes verder wordt bewerkt.
Honing mag uiteindelijk niet te veel vocht bevatten, want dan zou het kunnen gaan gisten. Daarom zorgen de bijen zelf voor het indikken: door met hun vleugels te wapperen creëren ze luchtcirculatie, waardoor het overtollige vocht kan verdampen. Zodra de honing de juiste temperatuur en het juiste vochtgehalte heeft bereikt, sluiten de bijen de cellen af met een dun laagje was. Voor imkers is dat het teken dat de honing rijp is. Wanneer raten nog niet volledig verzegeld zijn, laat de imker ze doorgaans wat langer hangen, zodat de bijen de honing verder kunnen indikken en netjes kunnen afwerken.

Over het bijenvolk Meer kennisbank artikelen
3. Hoe verwerkt een imker de honing?
De imker haalt een deel van de raampjes met de verzegelde honing uit de kast (een ander deel blijft achter als voedsel voor de bijen.) De honing wordt dan verwerkt op kamertemperatuur. De raampjes met raat worden rustig rondgeslingerd in een soort centrifuge. Als je honing boven de 40 graden verwarmt (bijvoorbeeld om het sneller te kunnen verwerken), dan verdwijnen de gezonde stoffen zoals vitamines en mineralen. Daarom spreken we wel van ‘koudgeslingerde’ honing.
Er mogen geen wasdeeltjes in de honing terecht komen. Om dat te voorkomen, zeven we de honing altijd voordat ze in potjes gaat.
4. Hoeveel water zit er in honing?
Vers geoogste honing bevat gemiddeld zo’n 17% vocht, en met dat percentage blijft honing ongeveer twee jaar goed. Stijgt het vochtgehalte echter naar 20%, dan is de houdbaarheid ineens nog maar zo’n drie maanden. Slechts een paar procent maakt dus al een groot verschil. Daarom controleren we bij De Werkbij elke honingsample heel nauwkeurig voordat we tot inkoop overgaan. Ook in ons magazijn – en later bij de klant thuis – is het belangrijk dat emmers en potjes altijd goed worden afgesloten, zodat er geen kans is op gisting.

5. Pollen en de smaak van honing
In honing zitten ook altijd pollen, zelfs in honing waar je gewoon doorheen kunt kijken. Je zou dan niet zeggen dat er stuifmeel (pollen) in zit. Toch is dat altijd het geval, en de aanwezigheid van die pollen bepaalt grotendeels de specifieke smaak van de honing. De pollen kunnen we meten, zeker bij ‘monoflorale’ honing. Dit is honing waarbij de bijen nectar hebben gehaald uit één specifieke bloem- of bloesemsoort. Zoals acaciahoning, zonnebloemhoning, of klaverhoning. Die pollen zijn ook belangrijk, omdat het eten ervan je weerstand kan ondersteunen als je een pollenallergie hebt. En in pollen zitten veel eiwitten en vitamines, die je energie kunnen ondersteunen.
Krijgen we bijvoorbeeld honingsamples uit een Europees land, met pollen van een bloem die alleen in China voorkomt? Dan klopt er iets niet. Misschien zijn er verschillende soorten honing gemengd? Wat zit er dan in, en hoelang is het nog houdbaar? Dat weten we niet. Zulke honing kopen we dus niet in.

Hooikoorts allergie en pollen Terug naar het overzicht
7. Wat is de lekkerste honing?
Honing van juist één specifiek soort bloem heeft een heel eigen smaak. En smaken verschillen! Hou je van een zachte smaak in de yoghurt, dan kun je heel goed acaciahoning nemen, want dat is heel vloeibaar en lost lekker op. Veel mensen vinden op brood juist klaverhoning lekker, dat is wat steviger en kun je er dik opsmeren. En een aanrader die weinig mensen kennen: het is heerlijk om kastanjehoning met een uitgesproken smaak te dippen bij bijvoorbeeld oude kaas.
Alle honingsoorten in onze webshop Soorten honing toegelicht
8. De kwaliteit van honing: heidehoning
Iedereen heeft zijn eigen idee over welke honing de lekkerste is! Honing smaakt ook telkens anders want het wordt niet gemaakt in de fabriek . Bij de Werkbij houden we erg van heidehoning: dat is de laatste honing die de imker kan oogsten, in de tweede helft van september. Deze honing bevat de meeste enzymen en mineralen van alle honingsoorten. En heideraathoning is dan echt de absolute top. De bijen maken het in een leeg raampje (zonder startraat), ze maken er honing in, de imker snijdt de plak honing eruit, en het komt zó in een bakje terecht voor verkoop. Helemaal puur natuur!
Dit zit er in honing
In honing zit veel suiker, voor ca 80% bestaat het uit natuurlijke (niet toegevoegde) suikers. Die suikers heten glucose, fructose en maltose. Honing bevat ook een kleine hoeveelheid pollen, enzymen, mineralen en antioxidanten. Die vind je terug in je potje honing, als het op de goede manier verwerkt is. Honing kun je daarom beter niet verhitten boven de 40 graden, want dan gaan deze stoffen verloren.
Filmpje over heidehoning Nieuws van De Werkbij

Andere interessante artikelen:
Honing en suiker | Honingraat | Nazomerhoning | Hooikoorts | Soorten honing
